Start de Persen! 400 jaar nieuws in Nederland.

De vaste tentoonstelling Start de Persen! werd in 2001 geopend, en liep tot 2015. In deze tentoonstelling werd de geschiedenis van de Nederlandse pers vanaf de oudst bekende krant uit 1618 tot de krant van vandaag verteld. Nu de vaste opstelling verdwenen is, is deze digitale versie gemaakt om dit overzicht beschikbaar te houden voor iedereen die wil weten wat de weg is die de Nederlands journalistiek heeft afgelegd om op het huidige punt aan te komen, en welke rol die in onze levens speelt.

De tentoonstelling bestaat uit vier onderdelen:

  1. De krantenwand, overzicht van vier eeuwen nieuws in voorpagina’s.
  2. Abraham Casteleyn, drukker, uitgever en schrijver van de Oprechte Haerlemse Courant in de 17e eeuw.
  3. Pieter ‘t Hoen. De patriot met zijn meningsvormende blad ‘De post van de Neder-Rhyn’, 1800
  4. Hoofdredacteur van De Telegraaf Hak Holdert en de opkomst van de krant als massamedium begin vorige eeuw.

Krantenwand

De oudst bewaard gebleven Nederlandse courant is de Courante uyt Italien ende Duytschland & c. uit 1618. De Courante uyt Italien ende Duytschland werd uitgegeven door Casper van Hilten te Amsterdam. Van Hilten begon zijn loopbaan als ‘oorlogscorrespondent’ in het leger van de Prins van Oranje tijdens de 80-jarige oorlog. De Republiek was in de zeventiende eeuw het belangrijkste perscentrum van Europa. Binnen de Republiek lag het zwaartepunt in Amsterdam, de belangrijkste stad. In de 17de eeuw bestaat nog geen onderscheid tussen kranten en tijdschriften. De term courant dekt dus zowel kranten als tijdschriften. Echte dagbladen, zoals wij die nu kennen, ontstaan pas in de 19de eeuw. Courante betekent zoveel als ‘lopend nieuws’. De courante ontstond uit de 16de-eeuwse koopmansbrieven (kooplui organiseerden een eigen berichtendienst met voor de handel belangrijk nieuws) en speciale nieuwstijdingen (sensationele berichten die gedrukt te koop werden aangeboden). Na verloop van tijd krijgt bijna elke belangrijke stad een eigen courant. Meestal lieten de stedelijke autoriteiten maar één courant toe om makkelijker toezicht te kunnen houden op de inhoud. Want hoewel de 17de-eeuwse couranten zich kenmerkten door een feitelijke berichtgeving, zag de overheid sommige feiten toch liever niet in de openbaarheid.

Pas na het midden van de 18de eeuw ontstaat een pers die behalve feitelijke berichten ook een mening over het nieuws geeft. Het eerste politieke opinie-weekblad is de Post van de Neder-Rhyn uit 1781 van de journalist Pieter ‘t Hoen. De kritiek van de Post schiet de autoriteiten dermate in het verkeerde keelgat dat het blad in verschillende steden wordt verboden en in een enkel geval zelfs publiekelijk wordt verbrand (Arnhem). Later in de opstelling zullen we uitgebreider stilstaan bij de Post van de Neder-Rhyn en het ontstaan van de opiniepers.

Aan het einde van de 18de eeuw wordt de vrijheid van drukpers voor het eerst opgenomen in de grondwet. Dit gebeurt in de constitutie van 1798 die tijdens de Bataafse Republiek tot stand komt. De Bataafse Republiek, ontstaan na de inval van de Fransen in 1795, wordt spoedig opgevolgd door het Koninkrijk Holland onder leiding van Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer. In 1810 wordt dit koninkrijk tenslotte ingelijfd bij Frankrijk. Tijdens de Franse tijd neemt de druk op de pers hand over hand toe. De vrijheid van drukpers blijkt een dode letter. Omstreeks 1811 mag er per departement maar een krant verschijnen en deze dient daarbij tweetalig te zijn om de controle op de inhoud te vereenvoudigen. Een voorbeeld in het ‘Aanzien van het nieuws’ is het Feuille politique du departement du Zuiderzee uit 1811. Naast deze nieuwsbladen verschijnen in de Franse tijd ook advertentiebladen. Ook deze mogen alleen na toestemming van de autoriteiten verschijnen.

Behalve onder de censuur gaat de pers in de Franse tijd gebukt onder een steeds toenemende fiscale druk. In 1811 voeren de Fransen de dagbladbelasting in die wordt geheven op advertenties. Een tweetalige krant of advertentieblad betekent twee keer dezelfde advertentie en dat betekent: dubbel betalen!

Met de val van Napoleon en de komst van koning Willem I komt een einde aan de Franse bezetting. De eerste Nederlandse Staatscourant verschijnt in 1814 en publiceert besluiten van de kersverse koning en zijn regering.

Met de persvrijheid blijft het ook na de Franse tijd slecht gesteld. De Utopiaanse Courant, een satirisch tijdschrift, vormt een journalistiek antwoord op de censuur. Door steeds te verwijzen naar het utopische van zijn krant weet journalist Wibmer aan vervolging te ontkomen. Pas de liberale grondwet van 1844 biedt de pers betere bescherming tegen vervolging door de overheid.

Een erfenis uit de Franse tijd vormt de dagbladbelasting. Dit initiatief wordt dankbaar overgenomen door de Nederlandse fiscus met als verschil dat de belasting niet geheven wordt op advertenties maar op papierformaat. De dagbladbelasting kenmerkt zich door de stempels in de bovenhoek van kranten, ook wel aangeduid als de vuile vingers van de fiscus. Een korte tijd (1843-1845) zijn kranten kleiner dan twee vierkante palmen (20 cm2) vrijgesteld van dagbladbelasting. Deze maas in de wet leidt tot het verschijnen van de lilliputters. Een voorbeeld daarvan is De Haagse Miniatuur-Nieuwsbode uit 1845, een spreekbuis van de oppositie. Pas in 1869 wordt het dagbladzegel afgeschaft en zijn kranten ook economisch vrij. Vooruitlopend op de afschaffing verschijnt Het Vaderland in 1869 in groter formaat. Hoezeer de dagbladbelasting drukte op de ontwikkeling van de pers mag blijken uit het volgende voorbeeld: In 1868, het jaar voorafgaande aan de afschaffing, bedroeg het totaal aan uitgaven van Het Handelsblad 299.000 gulden. Daarvan kwam 143.000 gulden voor rekening van de zegelbelasting.

Aan het einde van de 19de eeuw wordt druk geëxperimenteerd met nieuwe technieken. Kleurendruk en het opnemen van foto’s wordt mogelijk. De Amsterdamsche Courant toont in 1890 de eerste krantenfoto. Vier dagen zijn nodig om de foto op het papier te krijgen. Er is dus nog niet sprake van een echte nieuwsfoto. Pas in de jaren dertig van de vorige eeuw lukte het om foto’s dagelijks in de krant te krijgen.

De verzuiling, ook genoemd in de film, laat zich aftekenen met Het Volk.

Dit dagblad voor de arbeiderspartij toont in 1911 een prent van politiektekenaar Albert Hahn op de voorpagina. De tekeningen van Albert Hahn brachten ook diegenen die niet lezen en schrijven konden de boodschap van het socialisme. Het plaatsen van een tekening op de voorpagina en vooral waar je een hoofdartikel zou verwachten, is nu zeer ongebruikelijk. Onlangs(?) verscheen op de voorpagina van de Volkskrant heel prominent een tekening van Jos Collignon van president George Bush die in de Afghaanse bergen zoekt naar Bin Laden.

De pers tijdens De Tweede Wereldoorlog krijgt gestalte in de vorm van het nationaal-socialistische Nationale Dagblad van Rost van Tonningen en de Nieuwsbrief van Pieter ‘t Hoen. De Nieuwsbrief van Pieter ‘t Hoen uit 1940 is een van de eerste illegale bladen en wordt gemaakt door Frans Goedhart. Goedhart neemt de naam Pieter ‘t Hoen als geuzennaam, een naam die symbool staat voor de vrije nieuwsgaring. Vanaf 1941 wordt de nieuwsbrief voortgezet onder de titel Het Parool.

De oorlog vormt geen scharnierpunt in de persgeschiedenis. Na een periode van perszuivering (1945-1951) verschijnen de meeste titels van voor 1940 weer. Wel komen er na 1945 een paar nieuwe dagbladen bij: de voormalige verzetskranten Het Parool, De Waarheid en Trouw. Het illegale Vrij Nederland verschijnt als weekblad.

Het Verzetsmuseum besteedt veel aandacht besteed aan de illegale pers. Daar is bijvoorbeeld de drukkerij van Het Parool nagemaakt.

Voor Hakkie Holdert, directeur/eigenaar van De Telegraaf en zoon van H.M.C. (Hak) Holdert, was het draaiende houden van zijn bedrijf de hoogste prioriteit. Daarbij koesterde hij ook Duitse sympathieën. Dit leidde er toe dat hij tijdens de oorlog de persen van De Telegraaf ter beschikking stelde voor het drukken van de Deutsche Zeitung in den Niederlanden en liet hij uit overtuiging De Telegraaf een pro-Duitse koers varen. Na de oorlog kreeg De Telegraaf aanvankelijk een naamverbod opgelegd voor een periode van twintig jaar terwijl ook de drukkerij van De Telegraaf verplicht werd de voormalige verzetskranten Het Parool en Trouw te drukken.

De Telegraaf is niet de enige krant die na 1943, de kritische grens bij de naoorlogse perszuiveringen, blijft verschijnen en daarmee is het niet het enige ‘foute’ dagblad. Ook andere kranten zoals bijvoorbeeld het liberale Handelsblad en de protestantse Standaard blijven verschijnen nadat de redacties en directies onder dwang zijn genazificeerd. De naoorlogse commotie rond De Telegraaf is voornamelijk te wijten aan het gegeven dat De Telegraaf het dagblad is van rechts Nederland en dat de krant zich te weer stelt tegen de opgelegde sancties.

Het naamverbod wordt namelijk door De Telegraaf met succes aangevochten. Vanaf 1949 verschijnt de krant weer. Doorslaggevend argument tegen het verbod is geweest dat je geen heel bedrijf, en daarmee alle medewerkers en belanghebbenden, kunt straffen voor de fouten van enkelen. Ook aan het drukken van de voormalige verzetskranten komt al snel een einde omdat het Telegraafpersoneel het werken aan deze bladen blijft traineren.

Na de oorlog laat de verzuiling zich weer gelden. Op 21 december 1949 plaatst de communistische Waarheid een staatsieportret van de 70jarige sovjetdictator op de voorpagina. Eind jaren zestig komt aan de verzuiling een einde. Zo verliest de Volksrant in 1965 haar onderkop ‘dagblad voor het katholieke volk’ (zie verschil voorpagina VK 1934).

In de jaren zeventig krijgen kranten te maken met het verschijnsel persconcentratie. Teruglopende lezersaantallen dwingen kranten tot fusies. Dit proces gaat vandaag de dag nog steeds door. In 1970 gaan de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Handelsblad samen. Lezers van het Handelsblad krijgen twee jaar lang een aparte voorpagina met Handelsblad/NRC om aan de fusie te wennen.

Een ontwikkeling van de laatste vijftien jaar is de toegenomen aandacht voor de opmaak van kranten en de ruimte die wordt gegeven aan de persfotografie. Persfoto’s zijn nu veel meer dan illustraties bij een artikel. Ze vormen vaak een zelfstandig en beeldbepalend onderdeel van nieuwskranten. Deze ontwikkelingen zijn af te zien aan de voorpagina van Trouw uit 1999. Deze krant kreeg in dat jaar een eervolle vermelding bij de verkiezing van de best vormgegeven krant van Europa. (NB: deze is vervangen!!).

De laatste jaren kenmerken zich door gratis initiatieven als de van oorsprong Zweedse Metro en het antwoord van De Telegraaf: Sp!ts. Beide bladen worden ‘s ochtends gratis verspreid onder reizigers in het openbaar vervoer. Het succes van Sp!ts werd niet bepaald geëvenaard door News.nl. Een mengvorm tussen krant en internet. Deze uitgave haalt het Telegraafconcern na zeven maanden uit de markt. Problemen met de distributie – deze gratis middagkrant moest behalve bij de treinstations in de randstad ook op bedrijfsterreinen worden aangeboden- en met de techniek – met een speciale pen kon de streepjescode onder een artikel worden gescand waarna achtergrond informatie bij de geplaatste berichten via internet kon worden opgeroepen- laten de krant floppen.

Abraham Casteleyn

Abraham Casteleyn werd omstreeks 1628 geboren in Haarlem als zoon van de boekdrukker Vincent Casteleyn. Na het overlijden van zijn vader werd Abraham de opvolger als de stadsdrukker van Haarlem, en richtte tevens de Haerlemsche Courant op. Abraham trouwde in 1661 met de Amsterdamse Margaretha van Bancken en kreeg met haar in 1665 een zoon.

In de Blye Druk

In het pand ‘In de Blye Druk’ ontving Casteleyn zijn nieuws, schreef en redigeerde hij de berichten en drukte en verkocht hij zijn courant. Casteleyns courant was, hoewel hij wel mensen in dienst had, min of meer een eenmansbedrijf. Heel anders dan we nu gewend zijn met de grote concerns waar vaak honderden mensen werken.

Oprechte Haerlemsche Courant

Als uitgever van de Oprechte Haerlemsche Courant heeft Abraham bekendheid verworven. Op 8 januari 1956 verscheen het eerste nummer van het weekblad Weeckelycke Courante van Europa. In 1664 werd de naam van de Courant veranderd naar Oprechte Haerlemsche Courant. Deze courant verscheen in het begin twee, en later drie keer per week. De toevoeging ‘Oprechte’ heeft niets te maken met pretenties van objectiviteit in de berichtgeving, maar duidt op het (alleen)recht dat Casteleyn van de stad Haarlem verkregen had om daar een krant te mogen drukken.

Ondanks de naar onze huidige maatstaven piepkleine oplage van een paar honderd stuks was de Oprechte Haerlemsche Courant een van de beroemdste Nederlandse couranten uit de 17de eeuw. Zij werd overal in Europa gelezen en zelfs vertaald.

Abraham verkreeg zijn nieuws door ooggetuigenverslagen en berichten uit andere couranten. Deze informatie gebruikte hij om zijn eigen stukken samen te stellen.

Buitenlands Nieuws

Voordat het nieuws uit het buitenland bij de Haerlemsche Courant terecht kwam ging er een aantal dagen overheen. Het nieuws dat bijvoorbeeld uit Turkije kwam had, ongeveer 82 dagen nodig om Haarlem te bereiken. Echter was de courant van Casteleyn net zo’n nieuwskrant als De Telegraaf of De Volkskrant van nu. Nieuws is namelijk wat nieuw en belangrijk is voor de lezer. De tijd tussen het ontstaan van het nieuwsfeit en het moment van ontvangst speelt daarbij geen rol van betekenis.

Letter voor letter

Het drukken op een 17de -eeuwse pers gebeurde letter voor letter, woord voor woord en regel voor regel, vervolgens moest dit ook nog is spiegelbeeld gezet worden voordat het gedrukt kon worden. Om met deze technieken de Oprechte Haerlemsche Courant te doen verschijnen, drie keer per week duizend stuks, is dan toch een hele prestatie.

Pieter ’t Hoen was een Utrechtse journalist en aanhanger van de patriotten. Zij werden geïnspireerd door dezelfde idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap als waaruit later de Franse Revolutie voortkwam. De groepering strijd in het laatste kwart van de 18e eeuw voor meer invloed van de burgerij op het bestuur van land, provinciën en steden die op dat moment in handen is van Oranjegezinde regenten.

Pieter ’t Hoen was officier van de schutterscompagnie Turkije, daarnaast was hij journalist van een blad dat een nieuwe methode in de nieuwsvoorziening betekende.

Post van den Neder-Rhyn

Pieter ’t Hoens ‘De Post van den Neder-Rhyn’ was de spreekbuis van de patriotten en was tevens een van de eerste opinieweekbladen in Nederland. Hij verscheen een of tweemaal per week. Het weekblad liep van 20 januari 1781 tot eind september 1787 en was in veel plaatsen te koop. Het blad had voor die tijd een zeer respectabele oplage van 3400 stuks. Het maakte staatszaken openbaar en voorzag politieke gebeurtenissen van commentaar. Dit stond in contrast met de couranten uit de 17de eeuw, die alleen feitelijk nieuws brachten. De Post van den Neder-Rhyn veroorzaakt een sneeuwbaleffect in politieke berichtgeving: door de scherpe commentaren in de Post werden prinsgezinden uitgedaagd in druk te reageren waarna er een openbaar geschreven discours op gang kwam.

Eerste mediaslachtoffer.

De Post van den Neder-Rhyn maakt ook een heus mediaslachtoffer. Naar aanleiding van onthullingen in de Post dat de Oostenrijkse adviseur van prins Willem V, de hertog van Brunswijk, verregaande invloed had op staatszaken wordt deze gedwongen te vertrekken.

Einde van de krant.

Met de komst van de Pruisische legers in 1787 die de belaagde stadhouder Willem V en zijn echtgenote Wilhelmina van Pruisen te hulp komen, komt er een einde aan het verschijnen van de Post. Pieter ’t Hoen vlucht met een anatal medepatriotten naar Frankrijk en blijft tot de Franse inval in De Republiek der Nederlanden in 1795 in ballingschap in Duinkerken.

Hak Holdert

Hak Holdert werd in 1870 geboren op Java, tien jaar later gingen zijn ouders weer terug naar Amsterdam. Zijn vader en oom begonnen een drukkerij en op zestien jarige leeftijd ging hij in training om het drukkersvak te leren. Na een tijd besluit hij voor zichzelf te gaan werken en wilde hij graag iets in de kranten wereld doen. Deze droom kwam in 1902 uit, toen hij De Telegraaf kocht. Holdert heeft de krant in een kleine dertig jaar tot een groot en winstgevend bedrijf gemaakt.

De Telegraaf

In 1902 komt Henry Tindal, de toenmalige directeur van De Telegraaf en De Courant, te overlijden. De Courant was een goedkopere oplage voor de ‘mindervermogende’ die De Telegraaf als moederbedrijf had. Het overlijden van Tindal leidde ertoe dat De Telegraaf en De Courant verkocht werden. Deze kranten werden gekocht door Holdert voor f 20.000, daarbij kreeg hij ook nog de zetmachines en een gedeelte van de inboedel. Holdert houdt zich zowel bezig met de zakelijke en inhoudelijke kant van de krant. Inhoudelijk heeft hij zich weten te onderscheiden van andere kranten, zo werd De Telegraaf een politiek en religieus neutrale krant. Daarnaast was De Telegraaf de eerste krant met een sportpagina, John Coucke was daarmee de eerste sportverslaggever van Nederland. Lezersbinding was ook iets van Holdert voor het eerst introduceerde. Dat is nu nog steeds heel erg populair, zo worden er reizen, boeken en vele andere producten aangeboden met korting.

Overnames

Om voor minder concurrentie te zorgen en zijn imperium te vergroten, kocht Holdert concurrerende kranten op. Zoals ‘Het Nieuws van de Dag’ die werd samengevoegd met De Courant. Door het opkopen van andere kranten had Holdert niet alleen minder concurrentie, maar ook meer abonnees. Dit zorgde ook voor zijn reputatie als ‘gewetenloze zakenman’.

Tijdens de Oorlog

Aan het begin van de oorlog was al snel te merken dat Holdert zijn neutraliteit veranderde. Zijn contact met de Engelsen zorgde voor een afkeer tegen de Duitsers. Door dit contact werd De Telegraaf door de Nederlandse overheid extra in de gaten gehouden, om de Nederlandse neutraliteit niet in gevaar te brengen. De telefoon gesprekken met de Engelsen, en later ook de Fransen, zijn door de militaire inlichtingendienst afgeluisterd.

Afstand met de Krant

In 1930 neemt Holdert afstand van De Telegraaf, maar door de hechte band met de krant lukt dit maar half. Hij wordt ‘journalistiek adviseur van De Telegraaf’ en behoud een flink aantal aandelen. Door zijn jaren lang hard werken heeft hij een krant achtergelaten met 120.000 abonnees en door zijn vernieuwende blik heeft hij de krantenwereld veranderd.

 

 

Terug naar overzicht